NL | EN

Lezing Marvin Trachtenberg

 Lezing Marvin Trachtenberg ‘Building-in-Time: Thinking and Making Architecture in the Premodern Era.’ Donderdag 10 mei, 16u in Auditorium N – Rozier 44, 9000 Gent.

Prof. dr. Marvin Trachtenberg houdt deze lezing ter gelegenheid van de uitreiking van de Sarton Medaille voor de Geschiedenis van de Wetenschappen. Deze medaille wordt hem toegekend op voordracht van de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de Universiteit Gent. De laudatio zal worden uitgesproken door Prof. Guy Châtel. De lezing wordt gevolgd door een receptie.

Gelieve uw aanwezigheid te bevestigen via:
https://tokyoap2.ugent.be/eventManager/events/lezingtrachtenberg

Marvin Trachtenberg is Edith Kitzmiller Professor of the History of Fine Arts, New York University. Hij is gespecialiseerd in de Italiaanse gotiek en de vroegrenaissance, maar schreef samen met Isabelle Hyman Architecture: from Prehistory to Post-modernity (1986) dat een vooraanstaand referentiewerk in de architectuurgeschiedenis blijft. In Dominion of the Eye: Urbanism, Art and Power in Early Modern Florence (1997) heeft hij aangetoond dat de laatmiddeleeuwse Florentijnse piazza’s (zoals bijvoorbeeld de Piazza della Signoria) formeel geordende, esthetisch gecodeerde ‘kunstwerken’ zijn. De trecento piazza kwam tot stand over een lange tijdsduur en door toedoen van talrijke actoren, maar ze werd niettemin vorm gegeven volgens een doordacht, samenhangend en flexibel stelsel van geometrische en visuele regels. Dit besef ondermijnt de traditionele opvatting die het streven naar een dergelijke stedenbouwkundige orde expliciet met de Renaissance verbindt.

De herziening van de gemeenplaatsen van de kunst- en architectuurgeschiedenis wordt door Trachtenberg verder gezet in Building-in-Time, from Giotto to Alberti and Modern Oblivion (2010), zijn meest recente boek. In de betrokken periode berustte de realisatie van de grote civiele en religieuze bouwwerken op een collectieve inspanning, aangehouden over een tijdspanne die de levensduur van de betrokken bouwmeesters meestal ver overtrof. Leon Battista Alberti schreef De re aedificatoria in tegenspraak met deze praxis en haar esthetische implicaties. Zijn opvattingen over de integriteit van het ‘project’ (en van het auteurschap) hadden een onmiddellijke ideologische impact, maar hadden nauwelijks invloed op de eigenlijke bouwpraktijk. De praxis van het ‘bouwen-in-de-tijd’ die ons nu geheel vreemd is geworden, was conceptueel sterk onderbouwd en zou nog lange tijd doorwerken, in feite tot wanneer de industriële organisatie van het bouwbedrijf het bouwproces aanzienlijk zou versnellen. Uit Trachtenbergs werk blijkt dat de notie van een breuk tussen de middeleeuwen en de Renaissance, hoe praktisch ze ook moge lijken voor de vertelling van de geschiedenis, een aantal fundamentele aspecten van de historische ontwikkeling van de architectuur verhult.

Review ‘Building-in-Time: From Giotto to Alberti and Modern Oblivion’, cf. Carroll William Westfall in Renaissance Quarterly Vol. 64, n° 3, 2011: http://www.jstor.org/stable/10.1086/662872, Guy Châtel in EspacesTemps.net 12/03/2012: http://www.espacestemps.net/document9392.html; Interview met Peter Lieberman (Harvard University, Department of Romance Languages and Literatures), d.d. 28/01/2012: http://www.youtube.com/watch?v=uEFwtjRLoqE.

Categorized: Lezingen en Symposia
Tagged: , ,