NL | EN

OASE #96

SOCIAL POETICS _ de architectuur van gebruik en toe-eigening

Els Vervloesem, Marleen Goethals, Hüsnü Yegenoglu, Michiel Dehaene

Dit nummer van OASE plaatst zich in een traditie die een centrale rol toekent aan gebruik en toe-eigening in het denken over architectuur. De nadruk op gebruik en toe-eigening behoort tot een meervoudige kritiek van de architectuur. De kritiek op een vulgair functionalisme ten voordele van een open interpretatie van de relatie tussen vorm en gebruik (Rossi). De kritiek op de architectuur (en stad) als commodity door net de gebruikswaarde en niet de ruilwaarde centraal te plaatsen (Lefebvre). De kritiek van de hegemonie van ontwerp (en ontwerper) ten voordele van ontwerppraktijken die het gebruik en de gebruiker centraal stellen (Jacobs, Gehl).

Dit OASE nummer gaat in op de opmerkelijke revival van architectuurvormen die zich richten op gebruik en toe-eigening in de ontwikkeling van een sociaal kritische architectuur. Hoe kunnen ontwerpers ervaring en gebruik meenemen in een ontwerpproces en architectuurproject? Is dit een vanzelfsprekendheid of een werkpunt? In welke mate kunnen en willen ontwerpers zich mee inschrijven en engageren in het proces van gebruik en toe-eigening?

Tussen het geloof in de autonomie van architectuur enerzijds en heteronomisch ontwerp dat de gebruiker centraal stelt, zit een breed spectrum aan praktijken die op een radicale manier de traditionele scheiding tussen ontwerp en gebruik in vraag stellen. De tegenstelling tussen ontwerp en gebruik, tussen autonomie en heteronomie, wordt in dit nummer niet opgevat als een op te lossen kwestie maar als een productief spanningsveld waarbinnen architectuur gemaakt wordt, als een wisselwerking die ruimtelijk wordt gearticuleerd en waaraan architectuur en stad betekenis kunnen ontlenen. Kortom, OASE #96 gaat op zoek naar architectuurprojecten die op de poetica van het gebruik inzetten in de productie van architecturale betekenis.

Call for papers

We zijn op zoek naar bijdragen van maximum 1500 woorden over kritische architecturale of stedenbouwkundige ontwerppraktijken die gebruik en toe-eigening inzetten als betekenis scheppend materiaal. Het centraal stellen van een serie praktijken is in dit nummer een bewuste keuze om op basis hiervan zowel case-gebonden als collectieve inzichten, ideeën en argumentaties te voeden. Zo willen we een stap verder zetten dan de eerder polemische architectuurtheoretische discussies die in het verleden over dit onderwerp zijn gevoerd. We vragen de auteurs om in hun paper nadrukkelijk in te gaan op de positie die door henzelf of een ander ontwerper is opgenomen in het scheppen en articuleren van gebruik. Het gaat om een presentatie van een specifiek project of ontwerppraktijk die licht werpt op het inhoudelijk kader, de achterliggende motivaties en de specifieke context van waaruit deze praktijk werd ontwikkeld.

De centrale vraag in dit OASE nummer is hoe ontwerp zich pro-actief inlaat met de toekomstige gebruiker en/of gebruiksmogelijkheden. Dit gaat om veel meer dan de legitimatie van ontwerpkeuzes door gebruik en beperkt zich niet louter tot discussies rond gebruikersparticipatie of user-centred design. Het gaat bijvoorbeeld ook om ontwerppraktijken die actief de gebruiksmogelijkheden van een ruimte her-conditioneren door het publiek of privaat karakter, de toegankelijkheid, de zichtbaarheid, etc. ervan te wijzigen. Net zo goed kan het gaan om projecten die zich aan de publiek-private tegenstelling onttrekken, collectieve werelden scheppen, nieuwe commons introduceren, tegenwerelden van de stedelijke regelmaat. Het is ons ook te doen om praktijken die voorbij de klassieke opdeling tussen bouwheer, ontwerper en gebruiker denken, en die ontwerp binnen een ruimere ecologie van actoren en gebruikers plaatsen. We zijn geïnteresseerd in praktijken die blijk geven van een sterk bewustzijn van de mogelijke positieve of negatieve sociale impact van architecturale of stedelijke interventies en die hier op anticiperen. Onder meer praktijken die de gebruikswaarde van de stad in bescherming nemen tegen grondspeculatie en harde vernieuwing horen hier thuis. We zoeken naar ontwerppraktijken die gebruik opvatten als een leerproces en samen met gebruikers de betekenis van architectuur exploreren. Er is plaats voor projecten rond hergebruik, her-toe-eigening en het hergebruik van gebouw elementen en materialen. We zijn geïnteresseerd in projecten die werken met sporen van gebruik (cf. usure), die gebruik zien als patina eerder dan sleet. Ook in de verhouding tussen architectuur en inrichting, meubilair en gebruik liggen mogelijke sleutels voor een architectuur van de toe-eigening. We willen ingaan op meervoudige toe-eigening en gebruik, maar ook op de verschillende temporaliteit van gebruik, tijdsvensters en ritmes, tijdelijk en permanent.

Deadline voor volledige papers 20 augustus 2015

Papers kunnen zowel in het Engels als het Nederlands worden geschreven.
Wie dit wil kan contact opnemen met de editors om mogelijke bijdragen te bespreken.
De selectie zal gebeuren in functie van de kwaliteit van de papers en de diversiteit aan voorgestelde praktijken.

evervloesem@architectureworkroom.eu
Michiel.Dehaene@ugent.be

Categorieën: Publicaties
Trefwoorden: